Een centimeter buikomtrek in kilo

De weegschaal beweegt nauwelijks maar je broek zit losser. Of andersom: je bent kilo’s kwijt maar je buikomtrek blijft hetzelfde. De relatie tussen lichaamsgewicht en buikomtrek is geen simpele rekensom. Gemiddeld verlies je 1 cm buikomtrek per 1 tot 2 kilo gewichtsverlies, maar dit verschilt enorm per persoon. Geslacht, leeftijd, waar je vet opslaat en of je spieren opbouwt spelen allemaal een rol.

Waarom is er geen exacte formule?

Lichaamsvet verdeelt zich verschillend per persoon. Sommige mensen slaan vet vooral op rond de buik, anderen rond heupen en benen. Mannen krijgen sneller een buik, vrouwen eerder dikkere dijen. Dit betekent dat dezelfde kilo gewichtsverlies bij de een 2 cm buikomtrek scheelt en bij de ander maar half centimeter.

Ook speelt mee waar het gewichtsverlies vandaan komt. Verlies je vooral vocht, spiermassa of vet? Vochtretentie door zout, hormonen of medicijnen kan je buik opgeblazen maken zonder echte vettoename. Een kilo vochtverlies verkleint je buik sneller dan een kilo vetverlies.

Spieropbouw compliceert het verder. Spieren wegen zwaarder dan vet maar nemen minder ruimte in. Je kunt aankomen in kilo’s terwijl je buikomtrek afneemt. Krachttraining maakt je zwaarder maar slanker.

Gemiddelde schattingen

Onderzoek suggereert dat de meeste mensen 1 tot 2 kilo moeten verliezen voor 1 cm buikomtrek. Bij mannen ligt dit vaak dichter bij 1 kilo per centimeter omdat zij meer buikvet opslaan. Bij vrouwen kan het 1,5 tot 2 kilo per centimeter zijn omdat vet zich breder verspreidt.

Deze cijfers gelden vooral voor mensen met overgewicht die beginnen met afvallen. Naarmate je slanker wordt, daalt de buikomtrek minder snel per kilo. Iemand die van 100 naar 90 kilo gaat, verliest sneller centimeters dan iemand die van 70 naar 60 kilo gaat.

Visceraal vet versus onderhuids vet

Buikvet bestaat uit twee soorten. Onderhuids vet zit direct onder de huid en voel je wanneer je je buik vastpakt. Visceraal vet zit dieper, rond je organen. Dit interne vet is ongezonder maar ook hardnekkiger.

Visceraal vet reageert wel sneller op afvallen dan onderhuids vet. De eerste kilo’s gewichtsverlies komen vaak uit visceraal vet, wat je buikomtrek snel doet slinken. Later, wanneer vooral onderhuids vet verdwijnt, gaat het trager.

Waarom de weegschaal misleidt

Gewicht schommelt dagelijks door vochtretentie, volle darmen, hormooncyclus en zoutinname. Je kunt 2 kilo zwaarder zijn ’s avonds dan ’s ochtends zonder dat je vet bent aangekomen. Buikomtrek is stabieler en meet beter je daadwerkelijke vetverandering.

Omgekeerd kan je buik opgeblazen zijn door gasvorming, obstipatie of voedselintolerantie zonder gewichtstoename. Meet daarom beide en kijk naar trends over weken, niet dagen.

Praktische meetadvies

Meet je buikomtrek ’s ochtends op een nuchtere maag, staand, op het smalste punt tussen ribben en heupbeen. Adem normaal uit en span je buik niet aan. Gebruik een meetlint dat niet uitrekt.

Meet wekelijks op dezelfde dag en tijd. Dagelijkse metingen geven te veel variatie. Noteer zowel gewicht als omtrek om patronen te zien.

Gezondere focus dan de weegschaal

Buikomtrek zegt meer over gezondheid dan gewicht. Een buikomtrek boven 102 cm bij mannen of 88 cm bij vrouwen verhoogt risico’s op hart- en vaatziekten, diabetes en metabool syndroom. Deze grens geldt ongeacht je totale gewicht.

Iemand met normaal gewicht maar veel buikvet is ongezonder dan iemand met overgewicht waar vet zich gelijkmatig verdeelt. Focus daarom op buikomtrek verlagen, niet alleen op kilo’s verliezen.

De vraag “hoeveel kilo is 1 cm buikomtrek” heeft geen exact antwoord. Reken op 1 tot 2 kilo per centimeter als ruwe schatting, maar besef dat dit sterk varieert. Meet beide en vier elke centimeter vooruitgang, ongeacht wat de weegschaal zegt.

Benieuwd naar meer tips om af te vallen? Lees Dikontevreden.nl, een blog over afvallen met een dikke knipoog.